Castratieleeftijd besproken: De risico’s van vroegcastratie op lange termijn

Kat mandjeCastratie is een veelbesproken onderwerp en dan met name de castratieleeftijd. De argumenten voor en tegen lopen vaak alleen flink door elkaar, waardoor het lastig is om hieruit een goede conclusie te trekken.

 

In dit artikel ga ik in op veelgenoemde argumenten rondom vroegcastratie en bekijk ik in hoeverre deze onderbouwd kunnen worden met degelijke onderzoeken.

 

Urinewegproblemen

Een van de meest benoemde risico’s is de vergrote kans op urinewegproblemen, zoals blaasgruis. De urinewegen zouden zich niet goed ontwikkelen en zeker bij katers zou het risico op verstopping vele malen groter zijn dan bij later of niet gecastreerde katten. Maar klopt dit wel?

 

Ongeveer zeven procent van de gecastreerde katten ontwikkelt blaasgruis en blaas-gerelateerde klachten. In hoeverre leeftijd van castratie hierin een rol speelt, zijn de meningen over verdeeld. Zo laat het ene onderzoek geen significante verschillen zien tussen vroege of late castratie, maar laat een ander onderzoek een verhoogd risico zien bij later gecastreerde katten. [1] [2] [3]

 

In een onderzoek van Foster worden katers met blaasgruis onderzocht en wordt gekeken of deze katten zijn gecastreerd of niet. Onder de gruiskaters was het overgrote deel gecastreerd. Dit doet vermoeden dat castratie dus het risico op gruis verhoogt, maar het onderzoek houdt geen rekening met de algemene verhoudingen tussen castraten en intacte katten. Wanneer het overgrote deel van de katten gecastreerd is, is het dus logisch dat het deel castraten onder de gruiskatten ook groter is. [4]

 

Onderontwikkelde urinewegen

Bij poezen zijn er enkel minimale verschillen gevonden in de diameter van de urinewegen. Castratie zou een iets smallere diameter opleveren en bij vroegcastratie nog iets meer. Deze verschillen zijn dus wel minimaal en zouden geen problemen op leveren.

 

Bij katers ligt het iets ingewikkelder, omdat de urinebuis uit 2 delen bestaat: Het deel voor en het deel na de prostaat. Het deel na de prostaat is ongeacht het wel of niet castreren smaller en heeft de beruchte trechtervorm. Dit is dus het probleemdeel.

 

Het deel voor de prostaat gaf een verschil tussen gecastreerde en intacte katers: Bij gecastreerde katten bleef de urinebuis smaller. Vroegcastratie had hierop geen negatieve invloed, de urinebuis lijkt zelfs wat beter uit te groeien dan bij castratie op latere leeftijd. Het deel na de prostaat, het “probleemdeel”, is ook onderzocht. Hierbij zijn geen verschillen gevonden tussen leeftijd van castratie of castratie ten opzichte van intact. Castratie, al dan niet op jonge leeftijd, heeft dus geen negatieve impact op het risico op verstoppingen. [5]

 

Grafiek diameters urinewegen

 

Uitschuiven van de penis

Een lichamelijke verandering die is gevonden, maar waar geen verdere complicaties bij bekend zijn, is de mogelijkheid tot het volledig uitschuiven van de penis. Waar intacte katten deze volledig uit kunnen schuiven, kunnen vroeggecastreerde katten dit zelden. Leeftijd lijkt hier dus een groot effect op te hebben. [5]

 

Overgewicht

Castratie heeft invloed op verschillende factoren die het risico op overgewicht verhogen. Na castratie is het dus raadzaam om het gewicht goed in de gaten te houden en is het mogelijk noodzakelijk om de manier van voeren aan te passen. Veranderingen die worden gezien, zijn:

Verhoogde voedselinname – Na castratie wordt een fikse piek gezien in calorie-inname. Deze piek neemt langzaam weer af, maar blijft vaak boven de oude inname hangen.

Vertraagd metabolisme – Ook het metabolisme vertraagt. Dit houdt in dat ze minder calorieën nodig hebben om in hun onderhoud te voorzien.

Verminderde activiteit – Ook lijkt de activiteit van de katten af te nemen. In eerste instantie voornamelijk in de avond-uren, maar na vijf maanden is ook de dagactiviteit met bijna de helft afgenomen. [6] [7] [8] [9]

Zie ook: Komt overgewicht na castratie door meer eten of door minder bewegen? en: Het ideale gewicht van katten: Is jouw kat te dik?

Noetje demonstreert hoe het niet moet.

Groei

Castratie wordt vaak in verband gebracht met een verstoorde groei. Zoals hierboven al benoemd, zouden de urinewegen niet goed ontwikkelen, maar ook zouden ze kleiner blijven. Een vroegere castratie zou dit probleem verergeren.

 

Castratie lijkt inderdaad van invloed te zijn op het sluiten van de groeischijven, alleen niet zoals verwacht. Het vertraagt namelijk het sluiten, waardoor de lange beenderen in theorie langer door zouden kunnen groeien. Castratieleeftijd geeft hierbij overigens geen verschillen. [8] [10] [11]

 

Gevoeligheid voor breuken

Het vertraagd sluiten van deze groeischijven wordt vaak in verband gebracht met een verhoogd risico op breuken. Helaas zijn hier erg weinig goede (lees: bruikbare) onderzoeken over die een helder beeld kunnen geven. Zo wordt bijvoorbeeld ook hier geen rekening gehouden met de verhoudingen tussen castraten en intacte katten in het algemeen en worden soms vreemde conclusies getrokken op basis van de resultaten. [12]

 

Wat wel duidelijk naar voren komt in een van de onderzoeken is het gewicht van de katten. Dit ligt bij de gecastreerde katten significant hoger en heeft vermoedelijk dus invloed op de gevoeligheid voor breuken. [13]

 

Wat mij opvalt in deze onderzoeken is de mogelijke erfelijke belasting van bepaalde rassen. Zo komt de Maine Coon in verschillende onderzoeken terug, waarvan in een van deze onderzoeken zelfs katten uit dezelfde lijnen, onafhankelijk van elkaar. Ook de Siamees lijkt dit risico te dragen. [12] [13]

 

Secundaire geslachtskenmerken

Castratie heeft een sterke invloed op de secundaire geslachtskenmerken. Zo ontwikkelen katers bijvoorbeeld niet de typische katerwangen of dikke nek (bij bepaalde rassen/kruisingen). Een ander, erg duidelijk, kenmerk dat verdwijnt na castratie is de aanwezigheid van “haakjes” of “stekeltjes” op de penis. Kort na de castratie nemen ze nog minimaal af, maar binnen zes maanden zijn ze volledig verdwenen. Mogelijk zijn nog wel restanten zichtbaar in de vorm van kleine kuiltjes of microscopische haartjes. [8] [14]

Haakjes schacht

Poezenproblemen

Castratie en tumoren worden vaak in één adem genoemd, zowel als argument voor als argument tegen (vroeg)castratie. Het kan hierdoor lastig zijn om voor jezelf een duidelijke conclusie te trekken en een onderbouwde keuze te maken wat betreft het juiste castratiemoment.

 

De invloed van progesteron

Het hormoon progesteron heeft sterke invloed op het ontstaan van zowel goedaardige als kwaadaardige gezwellen in onder andere de melkklieren en het ontsteken van de baarmoeder. Waar bij vroegcastratie met enige regelmaat wordt geroepen dat dit de kans op tumoren vergroot, verkleint dit juist het risico op ontstekingen en/of tumoren. Castratie voor de eerste oestrus (paartijd) geeft hierbij het minste risico. [14] [15] [16] [17] [18]

 

Het heeft echter wel een kleine kanttekening: Katten die worden gecastreerd ná een leeftijd van twee jaar lijken een hoger risico op tumoren te hebben dan katten die intact blijven.  [15]

 

Katerproblemen

Bij katers wordt weleens het argument gebruikt dat castratie het risico op besmetting met bepaalde virusziekten vermindert, zoals FeLV en FIV. Helaas zijn er weinig onderzoeken die dit echt kunnen bevestigen of ontkrachten, waardoor eventuele conclusies moeilijk hard te maken zijn.

 

Feline Leukemie Virus

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen leeftijdsgroepen of geslacht als het gaat om de besmetting met FeLV. De theorie dat katers dus vaker besmet raken, kan hiermee dus niet worden bevestigd. De invloed van castratie is hierbij helaas niet onderzocht. [19] [20] [21]

 

> FeLV verspreidt zich via alle vormen van lichaamsvocht. Buiten agressie, is een sociale groep dus ook een risicofactor voor verspreiding. Elkaar wassen, van dezelfde plek eten, dit zijn allemaal manieren om het virus te verspreiden of op te lopen en het is dus niet vreemd dat er tussen poezen en katers geen verschillen zijn gevonden.

 

Feline Immodeficiency Virus

In tegenstelling tot bij FeLV zijn er bij FIV wel significante verschillen gevonden tussen zowel geslacht als leeftijd. Zo zouden katers vaker besmet raken en dan met name katers ouder dan twee jaar. Ook hierbij is castratie helaas niet onderzocht als beïnvloedende factor. [19] [20] [21]

 

> In tegenstelling tot FeLV verspreidt FIV zich enkel via bloed. Onderlinge agressie is dus een grote risicofactor en dit zie je over het algemeen meer bij katers dan bij poezen. In gedrag zie je dat de territoriale driften bij katers afnemen na castratie: Zwerfdrang en onderlinge conflicten nemen af. (Hier ga ik later dieper op in.) Wanneer je dit combineert, zou je voorzichtig kunnen stellen dat gecastreerde katers dus minder risico lopen op besmetting met FIV.

 

Overige bevindingen

Buiten de grote factoren die zijn onderzocht, zijn er ook een aantal kleine resultaten waaruit voorzichtig conclusies kunnen worden getrokken. Zo is er een onderzoek waarin verschillen zijn gevonden met betrekking tot astma en/of tandvleesontsteking. Castratie op vroege leeftijd zou dit risico verminderen. Er zijn helaas geen verdere onderzoeken die dit ondersteunen of ontkrachten. [3]

 

Geen significante verschillen

Buiten de factoren waar castratie wel duidelijke invloed op heeft, zijn er ook factoren waarbij geen significante of onderbouwde verschillen zijn gevonden. Deze factoren zouden dan ook geen (belangrijke) factor hoeven spelen in de overweging tot het wanneer te castreren. [1] [2] [3] [22]

 

Punten die hierbij naar voren komen, zijn bijvoorbeeld: Luchtweginfecties, maag-darmproblematiek, nierfalen en Feline Infectieuze Peritonitis (FIP).

 

Aangezien castratie wel een verhoogd risico geeft op overgewicht, zijn overgewicht-gerelateerde klachten wel iets om in de gaten te houden. Er is dus geen extra risico puur door de castratie, maar als de kat overgewicht krijgt, zijn volgende punten een risico: Diabetes, gewrichtsproblemen, hart- en vaatziekten, vacht en huidproblemen door verminderde verzorging, verminderde conditie en nog veel meer.

 

Conclusie

Ondanks dat er veel argumenten zijn tegen vroegcastratie, blijken deze niet allemaal evengoed te berusten op wetenschappelijke onderzoeken. In veel gevallen geeft vroegcastratie geen verschil ten opzichte van castratie op latere leeftijd en op sommige vlakken lijkt vroegcastratie zelfs voordelig te zijn. Zo lijkt het risico op urinewegproblemen kleiner, hebben poezen minder kans op tumoren en lopen katers mogelijk minder risico op infecties door vechtpartijen.

 

Overgewicht is wel een punt om rekening mee te houden, maar ook hierbij zijn geen verschillen gevonden tussen vroeg of laat gecastreerde katten. De juiste maatregelen omtrent de voeding kunnen dit probleem tot het minimale beperken.

 

Kijkend naar bovenstaande factoren zijn er geen harde bewijzen dat vroegcastratie nadelig is ten opzichte van castratie op latere leeftijd als het gaat om gevolgen voor de lange termijn. Vroegcastratie lijkt zelfs voordeliger te zijn, al is er meer onderzoek nodig om dit te bevestigen.

Kat silhouette

Bronnen

[1] Prepubertal gonadectomy in shelter cats: anaesthesia, surgery and effect of age at time of gonadectomy on health and behaviour. 2014 – Porters N

[2] Long-term outcome of gonadectomy performed at an early age or traditional age in cats. 2000 – Howe LM, Slater MR et al

[3] Long-term risks and benefits of early-age gonadectomy in cats 2004 – Spain CV, Scarlett JM, Houpt KA

[4] The “Urolithiasis” Syndrome in Male Cats; A Statistical Analysis of the Problems, with Clinical Observations. 1967 – Foster SJ

[5] The effect of prepuberal and postpuberal gonadectomy on penile extrusion and urethral diameter in the domestic cat. 1993 – Root MV

[6] Effect of prepuberal and postpuberal gonadectomy on heat production measured by indirect calorimetry in male and female domestic cats. 1996 [abstract] – Root MV, Johnston SD, Olson PN

[7] Effects of neutering on food intake, body weight and body composition in growing female kittens. 2011 – Alexander, Salt, Thomas, Butterwick

[8] Impact of ovariohysterectomy and food intake on body composition, physical activity, and adipose gene expression in cats. 2009 – Belsito KR, Vester BM, Keel T, Graves tk, Swanson KS

[9] Effects of prepubertal gonadectomy on physical and behavioral development in cats. 1996 – Stubbs WP, Bloomberg MS, Scruggs SL, Shille VM, Lane TJ [abstract]

[10] Delayed physeal closure associated with castration in cats. 1991 – May C, Bennett D, Downham DY

[11] The effect of prepuberal and postpuberal gonadectomy on radial physeal closure in male and female domestic cats. 1997 – Root MV, Johnston SD, Olson PN

[12] Epifysiolyse bij de kat, een fractuur? 2009 – Maarschalkerweerd RJ, Van Zuilen CD, Van Klaveren NJ

[13] Spontaneous femoral capital physeal fractures in adult cats: 26 cases (1996-2001). 2002 – McNicholas WT Jr, Wilkens BE, Blevins WE, Snyder PW, McCabe GP, Applewhite AA, Laverty PH, Breur GJ

[14] Association between ovarihysterectomy and feline mammary carcinoma. 2005 – Overley B, Shofer FS, Goldschmidt MH, Sherer D, Sorenmo KU

[15] Feline mammary tumors: a case-control study of hormonal factors. 1991 – Misdorp W, Romijn A, Hart AA

[16] Feline Mammary Fibroepithelial Hyperplasia: A Clinical Approach – Payan-Carreira R

[17] Signs of Pyometra in Cats (link)

[18] Pyometra in Cats (link)

[19] Seroprevalence of feline leukemia virus and feline immunodeficiency virus infection among cats in North America and risk factors for seropositivity. 2006 – Levy JK, Scott HM, Lachtara JL, Crawford PC

[20] Prevalence of feline leukemia virus infection and serum antibodies against feline immunodeficiency virus in unowned free-roaming cats. 2002 – Lee IT, Levy JK, Gorman SP, Crawford PC, Slater MR [abstract]

[21] Prevalence of feline leukaemia virus and antibodies to feline immunodeficiency virus and feline coronavirus in stray cats sent to an RSPCA hospital. – Muirden A [abstract]

[22] Perioperative surgical risks and outcomes of early-age gonadectomy in cats and dogs at People for Animals, Inc. 2013 – Croman D, Heeb L, Guillaume J, Dillonaire A

Vond je dit artikel interessant?
Meld je dan aan voor meer tips en de nieuwste blogs.
Plus de download "In 4 stappen kattenvoer beoordelen".

*Geen spam!

Wist je dat... Je kunt PurrfectCat ook volgen op Facebook!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *