Weinig koolhydraten in kattenvoer: Waarom en wat is ‘weinig’?

Kat kijkt naar muisOver koolhydraten in kattenvoeding heb je mogelijk al het een en ander gehoord. De één vindt het prima, de ander is fel tegen. Met name diervoerfabrikanten geven steeds maar aan dat koolhydraten ook door katten prima te verteren zijn.

 

Waarom is dit dan toch zo’n discussie?

 

Naast dat de research bijna exclusief gedaan wordt door de diervoedingsindustrie, wat op zichzelf problematisch is, wordt er in dat onderzoek bijna nooit vergeleken met een natuurlijk dieet van eiwitten, maar met vetten.

 

Mijn mening is dat koolhydraten niet in de voeding van katten thuishoren. Ik zal hier uitleggen waarom, wat ‘weinig’ koolhydraten inhoudt en wat dit voor jou betekent.

 

Wat zijn koolhydraten?

Koolhydraten bestaan uit zetmeel, suiker en voedingsvezels. Op mensenvoeding staat er op het label vaak ‘koolhydraten’ en ‘waarvan suikers’. Deze laatste zijn de toegevoegde suikers.

 

Op het voedingslabel van kattenvoer worden koolhydraten niet weergegeven. Dat is namelijk niet verplicht. Deze kun je zelf berekenen. Voor de toegevoegde suikers moet je in de ingrediëntenlijst kijken. Je kunt letten op ‘suiker’, maar ook caramel, dextrose, sucrose en xylose zijn suikers.

 

Monosacchariden

Dit zijn de enkelvoudige suikers, zoals glucose en fuctose (fruitsuiker). Deze worden snel opgenomen door het lichaam. Als je hiervan veel binnenkrijgt, stijgt de bloedsuiker snel.

 

Di- en oligo sacchariden

Deze hebben 2 of meer strengen. Dit zijn bijvoorbeeld lactose (melksuiker), sucrose (pure suiker of biet/riet suiker) en maltose (in bier en groente).

 

Polysacchariden

Dit zijn de meervoudige suikers die bestaan uit meerdere (9+) strengen. Het lichaam heeft even nodig om ze af te breken tot enkelvoudige suikers. Ze laten je bloedsuiker daardoor minder spiken.

 

Polysacchariden zijn onder te verdelen in zetmeel en vezels. Zetmeel is afbreekbaar tot glucose voor energie. Vezels zijn onverteerbare koolhydraten.

 

Waarom voegen fabrikanten koolhydraten toe?

Zetmeel maakt het brokje

Zetmeel zorgt ervoor dat het brokje bindt. Zonder zetmeel krijg je geen brokje, maar een hoop gruiskruimels. Dat is niet echt aantrekkelijk om te eten.

 

Voor energie

Katten kunnen (dierlijke) eiwitten omzetten in energie door middel van gluconeogenisis. Maar vlees is duur. Daarom stellen diervoeders dat nadat ze de eiwit vereisten hebben gehaald, ze de energie eisen kunnen aanvullen met koolhydraten.

Graan

 

Waarom horen koolhydraten niet thuis in kattenvoer?

Ik vind dat koolhydraten niet thuishoren in het voer van de kat. Zeker niet in de hoeveelheden die je in brokjes en in sommige natvoeren vindt. Dit concludeer ik basis van een aantal observaties.

 

Geschiedenis

Als je kijkt naar de geschiedenis van de kat, zie je dat zijn natuurlijk eetpatroon bestaat uit kleine prooidieren. Ze worden ook wel obligate carnivoren genoemd: ze moeten vlees eten. Een natuurlijk dieet bestaat uit voornamelijk eiwit en vet; koolhydraten komen bijna niet voor. En ze eten dit rauw. We kunnen ons afvragen in hoeverre Moeder Natuur bepaald wat katten nodig heeft versus wat wij als mensen denken.

 

Lichamelijke bouw

Geen smaakpapillen voor zoet op de tong

In tegenstelling tot mensen, die wel zoet kunnen proeven, kunnen katten dat niet. Zij hebben smaakpapillen voor eiwitten.

 

De bek: Om te scheuren, niet om te malen

Als je kijkt naar het gebit van de mens, zie je veel platte tanden en dat de kaak een zijwaartse kauwbeweging kan maken. Dit is perfect om planten te vermalen tot een groter oppervlakte, zodat enzymen er makkelijker bij kunnen voor de verwerking.

 

Bij katten zien we juist puntige tanden. Die zijn perfect voor het vastgrijpen van een prooi en om stukjes vlees af te scheuren. Een zijwaartse kauwbeweging kunnen ze niet maken.

Tanden van Kat

 

Ze slikken vaak ook wat grotere stukjes heel door, omdat vlees geen beschermende laag heeft zoals planten. De enzymen hebben het platkauwen minder nodig voor de verwerking.

 

Hun speeksel bevat geen amylase

Alfa-amylase (ptyaline) is een stof in de speeksel van mensen dat alvast begint met de eerste afbraak van koolhydraten. Katten hebben dat niet. Hierdoor is de eerste bewerking pas in de korte darm.

 

Weinig amylase in de alveesklier

De amylase die wordt afgegeven in de alvleesklier helpt (meervoudige) koolhydraten af te breken. Echter wordt er relatief weinig van dit enzym aangemaakt en wordt het ook niet opgeschaald als er meer koolhydraten binnenkomen. Daardoor is het lastiger meervoudige koolhydraten af te breken tot bruikbare bouwstoffen.

 

Constant niveau van glucokinase en fructokinase

Dit zijn enzymen die enkelvoudige suikers (glucose, fructose en galactose) opnemen uit het bloed. Deze twee enzymen worden op een constant niveau afgegeven. Dat betekent dat als er veel suiker binnenkomt, er geen extra enzymen vrijkomen. Daardoor blijft de bloedsuikerspiegel voor lange tijd hoog.

 

Vaste hoeveelheid insuline

Insuline is een metabolisme enzym dat cellen stimuleert glucose op te nemen als energie of om dit op te slaan als reserve in de lever en spieren. Zo reguleert insuline de bloedsuikerspiegel. Insuline kan echter niet worden opgeschaald in een kat. Hierdoor is bij een grote hoeveelheid koolhydraten de bloedsuiker lange tijd hoog.

 

Korte dunne darm

Bij mensen is de dunne darm zo’n 5 meter. Bij een kat is dit ongeveer 1,5 meter. Hierdoor hebben ze minder tijd om complexe koolhydraten zoals graan, aardappel en rijst af te breken tot iets zinvols (zoals energie of voedingsstoffen). Hierdoor komt een (groot) gedeelte er onverteerd uit, oftewel: er is veel poep en er zijn weinig voedingsstoffen opgenomen.

 

Wat is het gevolg als ze veel koolhydraten binnenkrijgen?

Op basis van deze lichamelijke kenmerken, zijn er ook een aantal dingen vast te stellen die hierdoor mis kunnen gaan. Deze hoeven niet voor te komen bij alle katten en ook niet allemaal of tegelijk. Zo heeft de ene kat 1 of 2 van deze aandoeningen en heeft een andere kat niets. Ook wordt het niet altijd opgemerkt, zoals wanneer overgewicht wordt gezien als ‘gezellig’ en stinkende ontlasting als ‘normaal’.

 

Overgewicht

In theorie is het zo dat zowel eiwit, vet als koolhydraten je kat te dik kunnen maken. Als je kat overeet in vlees, wordt hij ook te dik. Echter gaat er toch iets mis bij met name brokjes, maar ook natvoeren hoog in koolhydraten. Dit zijn vier dingen:

 

Niet ‘vol’

Koolhydraten geven je kat niet het ‘ik ben vol’ seintje. Dit doen eiwitten en vetten wel, want hierop is het lichaam ingesteld (voor mensen geldt het andersom: wij raken verzadigd van complexe koolhydraten). Op celniveau is je kat niet verzadigd. Tevens vullen brokjes ook de maag niet, omdat ze er maar weinig van mogen eten. Vergelijk het met een hamburger die al 1/4 deel van je dagelijkse calorieën uitmaakt. Als je je niet vol voelt, blijf je maar eten, wat leidt tot overeten.

 

Hoge bloedsuiker

Bij hoge bloedsuikers krijgt het lichaam een seintje om dit op te slaan in de lever. Zit die ook vol, dan wordt het opgeslagen als vet. Zo kom je evolutionair gezien de hongerperiode door, alleen voor onze katten komt dat nooit.

 

Cravings

Tevens veroorzaakt het cravings. Als er insuline overblijft nadat de glucose opgeslagen is, komt er een seintje ‘ik heb honger’. Immers, de bloedsuiker is laag, maar er is wel insuline. Zo belandt je kat in een vicieuze cirkel van koolhydraten eten.

 

Brokjes: caloriedicht

Een handje vol brokjes bevatten veel calorieën. Hierdoor kan je maar weinig brokjes geven voordat er teveel calorieën binnenkomen. Het bakje altijd gevuld kan ervoor zorgen dat je kat structureel teveel eet en daardoor aankomt op langere termijn.

 

Helaas weten veel mensen niet hoeveel je een kat eigenlijk mag geven en voeren veel te veel. Maar zelfs als je de verpakking volgt, kan het zijn dat je teveel geeft, omdat de fabrikant geen rekening houdt met individuele verschillen (reken daarom altijd zelf uit hoeveel je kat mag!).

Dikke kat

Suikerziekte: diabetes type 2

Overgewicht, aanleg en leeftijd spelen een rol in de ontwikkeling van suikerziekte. Misschien wel de grootste rol.

 

Echter wordt dieet vaak niet genoemd, terwijl bij mensen al vastgesteld is dat veel simpele suikers (die vooral in sterk bewerkte producten zitten) een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van diabetes type 2. Het is jammer dat dit zo ondergeschoven wordt, want dieet heb je in de hand en aanleg niet.

 

Het tegenargument is dat er geen simpele suikers, maar complexe suikers in brokjes zitten. Die zouden de bloedsuiker niet zo laten spiken. Hier heb ik twee tegenargumenten op.

 

Hoog op de glycemische index

Allereerst zijn de ingrediënten die gebruikt worden vaak hoog (70+) in de glycemische index. Dit betekent dat suikers vrij rap worden opgenomen in de bloedbaan en zo de bloedsuiker laten stijgen.

 

Zo heeft aardappel een score van 78 en witte rijst 87. Helaas zijn dit de (bewerkte!) producten die het meeste in kattenvoer worden gebruikt. Worden volkoren producten gebruikt, dan hebben ze minder impact (volkoren tarwe: 45, bruine rijst: 68). (Lijst).

 

Daarentegen laten eiwitten de bloedsuiker niet stijgen (bron). Dus of je nu de witte of volkoren variant van graan gebruikt, het laat de bloedsuiker nog steeds meer stijgen dan eiwitten.

 

Hittebewerking: extrusion

Echter zijn de meeste brokjes geëxtrudeerd. Dit betekent dat ze tot wel 200 graden verhit wordt*. Hierdoor breekt het zetmeel en wordt het verteerbaarder. Dit is enigszins de bedoeling, anders kan je kat er niets mee. Dit is tevens het probleem. Het worden simpelere suikers, die makkelijker op te nemen zijn in het lichaam. Dit is ook terug te vinden in de glycemische index, wanneer je de gekookte en rauwe variant naast elkaar legt.

 

*Het is onduidelijk hoe hoog de temperatuur precies is of hoe lang het hieraan blootgesteld wordt, want dit is onderdeel van het ‘geheime proces van de fabrikant’. Op basis van een aantal bronnen (zie onderaan) zal het ergens tussen de 160 en 200 graden Celsius zijn voor zo’n 5 tot 15 minuten. Dit is exclusief het droogproces en verwerking van vlees tot vleesmeel, waarbij het ook verhit wordt.

Niet elke fabrikant gebruikt dit proces. Sommige bakken op lagere temperaturen, waardoor ook de nutriënten beter bewaard blijven. Orijen is hiervan een voorbeeld.

 

Het gevolg: een hoge bloedsuiker

Hierdoor is de bloedsuiker steeds hoog. Daardoor wordt er steeds het maximale gevraagd van de insuline hormonen.  Door de constant hoge niveaus van insuline, neemt de gevoeligheid van cellen voor insuline af. Dit heet insuline-resistentie. Om dit te compenseren, moet er nog meer insuline aangemaakt worden. Op langere termijn werkt de insuline minder goed en sterft het eerder af.

 

De hoge bloedsuiker is giftig voor de bètacellen in de alvleesklier die de insuline aanmaakt. Als de insuline resistentie niet tijdig wordt opgemerkt, is de suikerziekte onomkeerbaar door het verlies van die bètacellen.

 

Overgewicht maakt het probleem nog erger. Vetcellen blokkeren als het ware de werking van insuline. Bovendien zorgt minder beweging voor een slechtere werking van insuline. Met de leeftijd neemt ook de werking van insuline af.

 

IBD en gevoelige darmen

Ondanks dat in het bewerkingsproces de complexe koolhydraten al deels gebroken zijn, heeft de kat nog steeds maar weinig tijd om deze verder af te breken. Dit komt onder andere door de weinig amylase die in de dunne darm de koolhydraten moet afbreken.

 

Omdat er weinig tijd is, komen gedeelten van de complexe koolhydraten in hun geheel in de dikke darm. Bacteriën daar zullen de glucose opeten. Hierbij ontstaat fermentatie, waarbij gas wordt geproduceerd.

 

Koolhydraten mogen dan uiteindelijk wel verteerbaar zijn voor katten, maar vraag niet hoe. Het gas kan zorgen voor zwellingen, krampen, diarree en scheten. Ook kan de darmwand geïrriteerd raken door de bacteriegroei, wat kan leiden tot IBD (inflammatory Bowel Disease). Verder kan het de opname van eiwitten belemmeren, waardoor het moeilijker wordt voldoende voedingsstoffen op te nemen. Niets van dit alles is prettig voor je kat!

 

Blaasproblemen

Koolhydraten zorgen voor een meer alkalische urine (minder zuur, oftewel een hogere pH waarde). Hierdoor krijgen bacteriën meer kans en stijgt de kans op kristallen. Beiden kunnen zorgen voor blaasirritaties en en kristallen kunnen zelfs de plasbuis blokkeren. Een hoge pH waarde gecombineerd met weinig water (zoals bij brokjes het geval is) zorgen ervoor dat er een veel hogere kans is op blaasgruis.

 

Als er veel koolhydraten in het voer zitten, gaat dat in de meeste gevallen ten koste van de eiwitten. Dat is jammer, want juist eiwitten zorgen voor een zuurdere urine (een lagere pH waarde). Daardoor wordt de bacteriegroei in en rondom de blaas geremd, waardoor de kans op infectie aanzienlijk afneemt. Ook heeft struviet minder kans om te ontstaan in een zuurdere urine. Zeker in combinatie met voldoende vocht, zoals in natvoer of nog beter een rauw dieet, beperk je juist de kans op urineweg problemen.

 

Let op: Sommige brokjes fabrikanten hebben hier iets op bedacht, namelijk de toevoeging van urine verzurende stoffen, zoals DL-methionine en ammonium-chloride. Dit verzuurt de urine synthetisch, maar heeft ook een aantal nare bijwerkingen, van overgeven tot nierfalen en oxalaat stenen.

 

Spierafbraak

Gluconeogenisis is het proces van het omzetten van eiwit (en eventueel vet) naar glucose. Katten doen dit op een vrij hoog en constant niveau (2-3 keer hoger dan de hond) aangezien ze evolutionair gezien alleen maar prooidieren aten. Ze kunnen dit ook niet uitzetten, bijvoorbeeld als er te weinig eiwitten in het voer beschikbaar zijn.

 

Als koolhydraten (goedkoop) worden verhoogd, worden eiwitten (duur) vaak verlaagd. Dit kan ervoor zorgen dat de proteïne dan maar uit de spieren moet worden gehaald, wat leidt tot spierafbraak. Dit kun je het beste merken als je met je hand over de ruggengraat gaat: is deze hol / hobbelig, dan krijgt je kat te weinig eiwit.

 

Wanneer er spierafbraak plaatsvindt, is dit op zichzelf al ongezond voor je kat. Echter zorgt dit er ook voor dat het metabolisme vertraagt. Hierdoor wordt gewichtstoename bevorderd. En dus ook weer suikerziekte en andere aandoeningen!

 

Hoeveel is ‘weinig’ koolhydraten?

En dan nu de hamvraag: hoeveel is té veel? Of beter gezegd: Wat is ‘weinig’ koolhydraten als het gaat om kattenvoer?

 

Hiervoor kunnen we kijken wat katten in het wild eten: muizen, ratten, konijnen, vogels. In een review onderzoek (2011, abstract) werd hiernaar gekeken. Zij stelden dat de genetische variatie tussen huiskat en wilde kat te verwaarlozen is, dat metabolische aanapassingen niet veel zullen verschillen, waardoor de wilde kat een goed voorbeeld is voor de huiskat.

 

Zij concludeerden dat wilde katten op droge basis 52% eiwit, 46% vet en 2% nitro free extract (NFE, het gedeelte koolhydraten zonder de vezels). Als katten een vrije keuze hadden, consumeerden ze op droge basis nog steeds ongeveer 52% eiwit, maar iets minder vet (36%) en iets meer NFE (12%). Hun verklaring is dat in spierweefsel van prooidieren ook glucose en andere suikers zitten, waardoor katten de verwerking hiervan niet helemaal kwijtgeraakt zijn over de loop van de evolutie.

Kat eet muis

 

De natuurlijke prooidieren als voorbeeld

In de natuur eet een kat dat wat beschikbaar is. Ratten en muizen worden veel gegeten, evenals konijnen als deze in de leefomgeving aanwezig zijn. Daarnaast zijn vogels en reptielen een lekker maaltje. Vis is maar een heel klein gedeelte van het dieet. Al deze natuurlijke prooidieren bevatten NFE, maar eigenlijk nooit meer dan 10%DM.

 

Hieronder de percentage op droge basis van een aantal prooidieren:

Prooi Vocht Eiwit Vet NFE
Rat 66,6% 60,1% 30,5% 0%
Muis 66,9% 59,1% 25,5% 5,1%
Woelmuis 68,9% 64,5% 17,2% 5,6%
Veldmuis* 70% 63,3% 21% 5,7%
Konijn 73,9% 63,9% 22,3% 1,3%
Huismus 68,4% 64,9% 15,9% 8,9%
Reptiel 75,2% 65,7% 9% 10,1%
Vis 74,5% 69,1% 24,1% 0%
Gemiddeld 70,6% 63,8% 20,7% 4,6%

Estimation of the dietary nutrient profile of free-roaming feral cats (2011 – abstract)

*TC Feline: Nutritional analysis of mice (artikel)

 

Neem je dit als uitgangspunt, dan stel ik dat koolhydraten in kattenvoer niet hoger mogen zijn dan 10%, maximaal 12%, op op droge basis. Bij suikerkatten kunnen deze beter nóg lager zijn, als richtlijn kun je minder dan 5%DM nemen.

 

Wat is ‘weinig’ koolhydraten? Minder dan 10% op droge basis.

 

Kattenvoeding en koolhydraten

Als het voer minder dan 10% koolhydraten op droge basis mag bevatten, vallen er al heel veel soorten kattenvoeding af. Waaronder zo’n 95% van alle brokjes en een deel van alle natvoer. Vooral de populaire grote merken, waaronder Royal Canin, Hills, Gourmet en Felix, voldoen in de regel niet aan de eis.

 

‘Graanvrij’ vs koolhydraatarm

Laat je niet in de luren leggen door het label ‘graanvrij’. Dit is marketing, waarbij de granen doodleuk worden vervangen door andere zetmeelrijke ingrediënten. Kijk naar de analyse, reken zelf de koolhydraten uit op droge basis, en beslis dan of het ook koolhydraatarm is.

 

Brokken

Bij brokken is het sowieso lastig iets te vinden dat onder de 10%DM koolhydraten zit. De enige dit ik tot nu toe gevonden heb is Power of Nature ‘Natural Cat’ Meadowland en Fees Favorite (te koop via Duitse webshop).

 

Andere merken doen hun best voor een betere bewerkingsmethode en gezondere ingrediënten. Bijvoorbeeld bij Acana en Orijen is het koolhydratengehalte rond de 25%DM. Aangezien normaal er 35%+ koolhydraten inzitten, is dit al een verbetering.

 

(Let op: in brokken ontbreekt nog steeds het vocht, dus probeer je kat ook te verleiden tot het eten van natvoer. Natvoer is de effectiefste manier om meer vocht in je kat te krijgen).

 

Natvoer

Alhoewel er van natvoer een heleboel varianten zijn die voldoen aan deze eis, moet je blijven opletten. In sommige varianten wordt suiker toegevoegd of ze gebruiken granen, groenten of fruit.

 

Een aantal goede merken, laag in koolhydraten, heb ik opgenomen in mijn selectie natvoeren.

 

Rauw voeren: KVV of BARF

Ook kun je besluiten om rauw te gaan voeren. In KVV kan ook nog rijst worden toegevoegd, dus ook hier: opletten! Bij BARF stel je zelf een menu uit spiervlees, organen en botten samen. Daardoor heb je het hier helemaal zelf in de hand.

 

Conclusie: Minder dan 10% koolhydraten en blijven opletten met voeding!

Al met al kunnen we concluderen dat 10% op droge basis kwalificeert als ‘weinig koolhydraten’ als het gaat om kattenvoer. Voor het kiezen van het voer dat je geeft aan je kat, moet je blijven opletten, zodat je niet wordt misleid door marketing kreten zoals ‘graanvrij’.

Pootje PurrfectCat

Bronnen

Over het lichaam van de kat

Dr. Zoran: The carnivore connection to nutrition in cats (PDF)

Feline Nutrition: What dry food does to your cats appetite

Feline Nutrition: Slimming your cat what works and what doesn’t

Healthy Eating: Role of amylase

Rachel Garner: Why vegan diets will kill your cat

 

Koolhydraten

T. Buffington (2008): Dry foods and the risk of disease in cats

PetEducation: Carbohydrates as energy sources in cat food

 

Voorstanders van koolhydraten

Vetfolio: Focus on Nutrition: Cats and Carbohydrates: Implications for Health and Disease

Hill’s: Grain Free Cat Food, what you need to know

Royal Canin: Science Based Pet Nutrition

Petnet: Does dry cat food really cause feline diabetes?

 

Tegenstanders van koolhydraten

Dr. Becker: The healthiest Diet for your cat & Raw Meat

Feline Nutrition: Diabetes and obesity preventable epidemics

Little Big Cat: Why kibbles are bad for your cat and dog

 

Over het kookproces van droogvoer

Dr. Becker: The 5-minute process creates drastic changes to your pet food

Truth about pet food: New Study finds Drying Time of Kibble Lessens Nutritional Value

Truth about pet food: How many times are ingredients cooked in kibble pet foods?

Quora: How much of the starch in a starcy food gets broken down to glucose when cooked?

Vond je dit artikel interessant?
Meld je dan aan voor meer tips en de nieuwste blogs.
Plus de download "In 4 stappen kattenvoer beoordelen".

*Geen spam!

Wist je dat... Je kunt PurrfectCat ook volgen op Facebook!

4 reacties:

  1. Wat is een goede brok die laag in koolhydraat zit en niet graanvrij is…meestal kom je dan toch uit bij de graanvrije brok volgens mij

    • Een van de beste brokken die ik tot nu toe gevonden heb is Power of Nature (ze hebben diverse soorten). Dit bevat goede vleesbronnen en maar 3-6% koolhydraten (omgerekend minder dan 10% op droge basis).

      Dat inderdaad laag in koolhydraten vaak ook graanvrij is kan wel kloppen inderdaad. Eigenlijk moet je het lezen als koolhydraatarm is wel vaak graanvrij, maar graanvrij is niet per se koolhydraatarm.

      • Power of nature lust mees niet..nu zit ik te kijken ipv applaws (20% kh) en porta 21 sensible (11.5% kh) maar nu begrijp ik dat porta hoger zit in zout en de verhouding omega 3 en 6 is niet optimaal..ivm overgewicht..is dan de porta toch beter dan applaws?

      • Ik keek naar “Porta 21 Feline Finest – Sensible Graanvrij“.
        Hierin zit 14% koolhydraten, op droge basis 15%. Hierin zit ook natriumseleniet en DL-methionine.

        Applaws Kip bevat ongeveer 22% (24,5%DM) koolhydraten (uitgaande van 10% vocht). Ook hierin zit DL-methionine.

        Zout kan ik helaas niet vinden (behalve als letterlijk ingrediënt bij Applaws), heb je hier specifieke cijfers over? Voor de rest van de ingrediënten (kwaliteit eiwitten, toevoegingen) zijn ze min of meer om het even.

        Ik denk dat het weinig uitmaakt welke je kiest. Voor overgewicht is calorie restrictie het belangrijkste (met mate uiteraard, geen hongerdieet!). Daarom is natvoer een goede optie, maar ik had al begrepen dat dat wat lastig ligt. Ik zou zeggen, vraag of iemand in de buurt dit voer geeft of koop de kleinste zak en probeer welke Mees wil eten.

        Als je gaat wisselen, doe dit dan wel rustig en meng het eerst met het oude voer. Veel katten doen niet aan ‘ineens’ overstappen en weigeren dan gewoon te eten. Hier vind je nog wat tips voor het wisselen van voer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *